Toen ik op 18 augustus 2020 voorzitter werd van wat toen nog de “Werkgroep Digitale Samenleving en Privacy” heette, had ik nog niet helemaal door wat ik me op de hals haalde.

Het was een klein clubje van een stuk of 15 mensen met een variabele mate van betrokkenheid. Samen met een paar pioniers (o.a. Herman, Erik en Boudewijn) hebben we ons als Netwerk Digitale Samenleving vanuit het niets uitgevonden. Hoe werkt een politieke partij eigenlijk? Hoe kun je het beste beïnvloeden? Wat duidelijk was, wat dat alleen het “brengen van kennis” een vrij nutteloze oefening is, wanneer je niet weet wat het handelingsperspectief van de politici is. En dat het dus tweerichtingsverkeer is: dat we als bevlogen experts wat meer moeten snappen van het politieke bedrijf, om de actoren daar wat meer te kunnen laten snappen van onze expertise. Dan blijkt vaak dat de discussie die je tot vijf cijfers achter de komma kunt voeren, helemaal niet zo relevant is in de politieke arena. Eerst moet iets überhaupt onderwerp van gesprek zijn. Dus gaat het ook om slim agenderen van onderwerpen. Campagne voeren voor onderwerpen is ingewikkeld, want als je gaat lopen leuren met wat anderen niet boeit, dan maakt het geen snars uit of je gelijk hebt of niet.

Stukje bij beetje, en dankzij veel externe omstandigheden, is het Netwerk Digitale Samenleving gegroeid tot een grote club bevlogen mensen. Wat mij betreft zit de waarde ook in het zijn van een netwerk: dat we binnen (en soms ook buiten) onze politieke beweging mensen bij elkaar brengen. Mijn rol als voorzitter vul ik dan ook het liefste in als “regisseur”. We brengen mensen (politici, experts, bestuurders, enthousiastelingen, etc.) met elkaar in contact. De kracht zit in de hoeveelheid en de diversiteit van de mensen, niet in het hebben van het ultieme gelijk.

Zaken waar ik trots op ben dat we die bereikt hebben als NDS zijn onder andere:

  • Dat ons jaarlijkse congres, de Digital Summit, die altijd weer een boel mensen bijeenbrengt en inspireert, een echte traditie is geworden.
  • Het gezamenlijke position paper met de digitale expertisenetwerken van D66, VVD en CDA.
  • Dat we uitstekend contact hebben met onze volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement, Eerste Kamer, Tweede Kamer, en op lokaal niveau.
  • Dat we de beweging van onze partij in gang hebben gezet om van Big Tech af te stappen.
  • Dat er in ons verkiezingsprogramma tegenwoordig een degelijk hoofdstuk over digitalisering staat.
  • Dat het (met veel moeite maar toch) gelukt is om Barbara Kathmann voor de Tweede Kamer te behouden, ondanks de grote vergissing van de kandidatencommissie om haar op plek 32 te zetten.
  • Dat we met zo’n grote groep mensen zijn, anders hadden we alle bovenstaande zaken nooit kunnen bereiken.
Over mezelf

Ik heb eind jaren 90 een studie gedaan die na mijn afstuderen is omgedoopt in “Kunstmatige Intelligentie”. Nu AI de afgelopen jaren volop in de belangstelling staat, constateer ik toch vooral dat Moore’s law zijn werk heeft gedaan, en de hoeveelheid nieuwe fundamentele inzichten eigenlijk heel beperkt is. De discussies die nu op de wetenschapspagina’s, blogs en andere plekken staan, zijn in de jaren 70, 80 en 90 al grotendeels gevoerd, en met meer diepgang en nuance. Het belangrijkste verschil met die tijd is dat het onderwerp niet langer obscuur is. Met veel plezier kijk ik terug op de collegeserie waarin we de artikelen van John Searle enerzijds en Paul Churchland and Patricia Smith Churchland anderzijds bespraken. Wie zich nu presenteert als “AI expert” en eigenlijk vooral handig is in “prompt engineering” bekijk ik met enige scepsis, laat ik het netjes zeggen. Wie daarvan kan het debat tussen de connectionisten en de symbolisten schetsen?

Ik heb sindsdien op het snijvlak van technologie en maatschappij gewerkt. Eerst in de wetenschap, een aantal jaren bij de rijksoverheid, en daarna in het bedrijfsleven. Altijd met een vleugje cyber security en vitale infrastructuur erbij. In de loop van de jaren ben ik me steeds meer gaan realiseren dat bereiken van resultaten het niet enkel om technologie gaat, maar ook om cultuur en proces.